Dossieropdracht 4.
Hoi mensen,
Hierij dossieropdracht 4, hoop dat jullie er wat aan hebben.
BIT-verslag hoofdstuk 2 Jonassen.
- begrijpen:
o Is de strekking van wat je leest jou duidelijk?
o Is de argumentatie helder en juist?
o Welke vragen heb je n.a.v. de strekking en argumentatie?
- integreren:
o Hoe past wat je hebt gelezen bij jouw eigen ervaringen?
o Heb je voorbeelden of tegenvoorbeelden bij wat je hebt gelezen?
o Welke verbanden zie je met andere onderwerpen of theorieën?
o Wat spreekt je wel/niet aan en wat vind je wel/niet belangrijk?
- toepassen:
o Welke mogelijkheden zie je om wat je hebt gelezen toe te passen in je eigen onderwijspraktijk?
Welke concrete voornemens maak je hierbij?
Begrijpen.
Ik vond het verhaal over het algemeen goed te volgen. Ik merkte wel dat ik bij sommige woorden echt niet wist wat ze ermee bedoelden, maar dit werd later weer duidelijk gemaakt door middel van voorbeelden en de context. Hierdoor heb ik de tekst voldoende kunnen begrijpen. De uitleg die ze gaven vond ik wel wat minder helder. Er werden weinig praktijkvoorbeelden naar voren gebracht waarom het ene wel juist was en het andere niet. De begrippen die ze noemden: active, constructive, intentional, authentic en cooperative lijken me zeer lastig om allemaal goed in een opdracht of uitleg te verwerken. Wel vond ik het goed dat ze zeiden dat je technologie moest gebruiken om ermee te leren. Niet in plaats van de docent. Ik denk dat ze daarmee bedoelen dat het gewoon een hulpmiddel als extra’tje is en dat je niet technologie moet gebruiken om gewoon informatie over te dragen. Dat doet de docent al en word het leren er niet effectiever van. Ook stond er in het hoofdstuk dat je meer leert, als je de achterliggende gedachte achter een formule snapt. Je moet dus de context weten waar een bepaalde formule bij kan horen.
Integreren.
In het stukje stond ook ergens: denken is leren. Ik denk dat dit heel belangrijk is bij het vaak wiskunde. Als je alleen maar naar de leraar luistert en er voor de rest niks mee doet leer je er niks van. Je moet het echt willen. Je moet dus nadenken over wat er gezegd word, dan ga je pas leren. Dan maak je je de stof pas echt eigen. Er staat ook dat leerlingen beter gaan leren als ze actief bezig zijn. Dit klopt zeker. Als je voor bijvoorbeeld wiskunde sommetjes gaat maken, leer je er veel meer van dan dat je alleen maar de samenvatting gaat zitten bestuderen. Je leert dus gewoon door te doen.
Er stond dus in het hoofdstuk dat je meer snapt van een bepaalde formule, als je de gedachte erachter weet. Dit had ik vroeger ook met natuurkunde. 3de klas hadden we een toets waarbij bijna iedereen onvoldoende voor haalde. Het was voor iedereen echt abacadabra. Toen we een zelfde toets later in de 5de klas kregen, om te oefenen voor het examen, ging het iedereen veel makkelijker af. Dit kwam omdat we ondertussen wisten hoe de formule echt in zijn werk ging. We begrepen de context van de som en konden zo veel makkelijker alle sommetjes oplossen. Omdat iedereen nu de sommetjes en de formules snapten werden er alleen maarhoge cijfers gehaald.
Ook valt het op dat deze theorie veel op het nieuwe leren lijkt. Rommel zelf maar wat aan, daar leer je meer aan dan als de leraar alles voorkauwt.
Toepassen:
Ik ga deze theorie zeker toepassen en heb dat ook al gedaan. Ik heb namelijk met mijn klas al sommetjes geoefend op de computer, die hierop makkelijker en sneller gaan dan op papier. Learning with technology dus. Ook ga ik ervoor zorgen dat leerlingen echt nadenken in mijn lessen, in plaats van dat ze alles alleen maar overschrijven van het bord. Ik ga dus een stukje individuele aanspraakbaarheid in mijn lessen proberen te brengen. Zelf zou ik ook alleen maar technologie gebruiken als het helpt om iets beter te snappen. Ik zou het niet voor niks gebruiken, sommige collega’s gebruiken alleen maar computers om computers te gebruiken. Zo’n persoon ben ik dus niet. Wel zou ik het een keer kunnen gebruiken om het onderwijs leuker te maken. Hierdoor zullen de kinderen weer meer motivatie krijgen voor mijn vak, wat natuurlijk nooit mis iets. Maar ik zou dit nog niet doen als het niks uithaalt, dus niet alleen maar omdat mijn leerlingen het leuk vinden. Nee, het moet ook echt nut hebben.

Hey. Lees het nog een keer goed door, hier en daar wat spellings/zins fouten. Verder duidelijk wat je hebt gedaan met de tekst. Ik mis wel een deel over wat jij van plan bent met toepassen van het leren met verbanden tussen de stof en de realiteit. Wat je bij reflecteren wel noemt is bij je toepassing afwezig. Kijk of je dat nog kan bijvoegen. Groet.
Ziet er goed uit.
Wat voor soort programma’s zou jij gebruiken om je lessen op te leuken?
Zoals bij bio heb ik wel een idee. Ik zou bijv. de leerlingen photostory laten gebruiken om de groei van een plantje te laten zien in een filmpje.
hey man,
chill stukje… jij staat er dus een stuk positiever tegenover dan ik en chill dat je er wat in je les mee wilt gaan doen maar weet je ook al precies hoe en wat of is dat iets waar je nog op je gemakje over wilt nadenken?
xx
[...] sjoerd ==> http://zwetendeovide.wordpress.com/2008/11/26/dossieropdracht-4/#comments [...]
opdracht 4 - H1 Jonassen « Zululu’s Blog said this on December 2, 2008 at 3:47 pm