Dossieropdracht 6
Opdracht 6 – Informatievaardigheden
Informatievaardigheden is meer dan alleen goed kunnen zoeken op internet.
a. Lees van H2 in Jonassen de paragraaf ‘Information gathering with internet resources’, pagina 14 tot en met 24
Casus
Toos, de teamleider van de onderbouw heeft je gevraagd om mee te denken over het pestbeleid op jouw school. Je hebt wel eens positieve berichten gehoord over de ‘No Blame aanpak’ en je belooft Toos om daar wat informatie over op te zoeken.
Je komt met de ‘search string’ in Google (voorkeur Nederlands) op de volgende site: www.noblame.nl
( … Yes … de eerste op de lijst! Wat is het toch lekker om zoekstrategieën te beheersen….)
b. Toos weet al veel over pestbeleid, dus je wilt haar niet lastig vallen met flut-informatie. Daarom ga je de site aan jouw kritische blik onderwerpen.
A. Beantwoord in je groepje de vragen op bladzijde 22 van Jonassen
1: De informatie is gegeven door de vereniging No Blame Nederland dit doen ze om het product kenbaar te maken en te verkopen.
2: Ja, ze hebben ervaring in het veldgebied
3:Ja, de site word gepubliceerd door de organisatie overzee-borstlap en die kennen wij niet.
4: Deze organisatie toont zeker interesse. Ze willen het pesten op scholen stoppen door middel van een cursus en geven uitgebreid aan wat voor ervaringen ze hiermee hebben. Daarnaast willen ze natuurlijk graag deze cursus verkopen.
5: Nee, ze zijn niet verbonden aan een overheidsorganisatie. Ze staan op zichzelf.
6: Er word matig aangegeven of de site is geüpdate, alleen in jaartallen. De copyright is gedateerd aan 2007.
7: Nee, er is geen goede bronnenlijst. Alleen een paar linkjes en een verwijzing naar een boek waar ik nog nooit van heb gehoord.
8: Is er dus niet, alleen die linkjes dus. Deze gaan over het algemeen niet over pesten of maar voor een klein deeltje.
9: Je kunt hooguit de scholen mailen, maar er staat geen telefoonnummer bij waardoor je deze bronnen kan nachecken.
B. Welke van de vragen van Jonassen heeft je het meest opgeleverd?
Voor ons was dit vraag 1, omdat deze gelijk de intenties van de site blootlegt. Je ziet of ze wat willen verkopen of dat ze alleen willen informeren of misschien nog iets anders. Een ander belangrijk punt vind ik zelf is de bronvermelding, want zo kan je zien of iets niet compleet verzonnen is.
C. Welke vragen van Jonassen heeft je het minst opgeleverd?
Vraag 3, want het maakt ons vrij weinig uit wie de site gepubliceerd heeft, als de informatie die er op staat maar klopt.
D. Welke vragen van Jonassen vind je voor leerlingen het belangrijkst?
Vraag 7, omdat leerlingen met een verslag altijd een bronnenlijst moeten maken, als deze er niet is dan is de informatie voor de leerlingen niet goed. Want deze word op de scholen dan ook niet goed gekeurd.
E. Hoe zou je willen bevorderen dat leerlingen deze vragen automatisch gaan stellen als ze het internet als bron voor informatie gebruiken?
Via een rubric een keer een opdracht maken waarbij de ze site moeten beoordelen op betrouwbaarheid.
Van andere studenten kwam deze informatie binnen:
Een plan opstellen met punten die ze kunnen aankruisen om te bepalen of een site betrouwbaar is of niet. Dit kan in de vorm van een tabel of checklist.
Zelf herhalen en dus het goede voorbeeld geven.
Op bronnen beoordelen in werkstukken, bijv. bij een Wikipedia een streep erdoor heen, punten aftrek als ze verkeerde bronnen gebruiken.
Bronvermelding verantwoorden.
c. Schrijf op je blog een post over deze opdracht. Beantwoord eventueel zelf vraag E, als je daar in de les niet aan toe bent gekomen.
d. Lees bij minimaal drie andere studenten de post van deze opdracht en laat een reactie achter.
